header image
 

Frederiqueland

Afgelopen weekend zaten we dus in een vakantiehuisje in Friesland. Iemand met het hart op de goede plek vond dat ik met mijn kinderen daar maar eens een weekend naar toe moest. Eigenlijk vonden wij dat ook, want we hoefden geen seconde na te denken. Alle zoekmachines werden op dat arme kleine dorpje losgelaten. Privé steiger, bootjes voor de deur, het kabbelende water. Thuis kruipen ze altijd bij papa in bed, hier werd elke kamer bezet. “En dames” vroeg ik de volgende morgen “lekker geslapen?” De randvoorwaarden waren in orde. “Ik heb super gedroomd” straalde Frederique. “Vertel” wilde ik weten. Fred was weer naar Frederiqueland geweest. Het land waar dromen uitkomen en waar Onmogelijk niet bestaat. Oneindige vlakten, nooit de zelfde droom. Dinosaurussen zitten haar achterna, ravijnen worden gekliefd door smalle touwbruggen. Zij heeft een levendige fantasie. Soms staat zij recht overeind, duikelt een dwarse koprol, maar blijft veilig onder de dekens. Toch ging het ergens fout. Zij werd achterna gezeten door historische ruimtevaart. Vliegtuigen, zappelins en vliegende zeilboten waarin Manfred von Richthofen alias de Rode Baron zich thuis zou voelen. Frederique vloog mee door de lucht, haar armen wijd gespreid. Op een gegeven moment geraakte zij in haar dekbed verstrikt en belandde naast de landingsbaan. Met veel kabaal. Heel in de verte hoorde ik in de kamer naast mij een doffe plof, maar de kracht om te gaan kijken ontbrak mij. Toen ik haar `s ochtends met een superknuffel ging wekken, trof ik haar temidden van dekens en kussens.

Mus

Friesland. De kleintjes dachten gelijk aan een ander land. Zij wilden al warme kleding meenemen. Toen ik vertelde dat het anderhalf uur rijden was en gewoon in Nederland lag, waren ze niet helemaal overtuigd. Elke plaatsnaam in Friesland staat in twee talen beschreven. De eigen vlag versterkt het beeld van een status aparte. “Wij wonen in Gelderland, wij praten toch ook gewoon Nederlands?” vroeg Bibi zich hard op af. Ik kon niet zo goed het verschil tussen dialect en taal uitleggen. Toen we vanmorgen in de tuin zaten en het restant van het brood opging aan de vogels, deden de boefjes een ontdekking. Naast eenden, meeuwen en waterhoentjes zagen ze ook kleine bruine brutale vogeltjes. “Dit is een mus” zei ik trots. Mijn kennis van vogels is zeer gering, maar een mus herken ik nog wel. Opgewonden en luid snaterend door de brooduitdeling, hoorden we van alles door elkaar heen. “Heeft elke vogelsoort een eigen taal?” Ik moest het antwoord schuldig blijven. Zelfs of de vogels van hetzelfde ras elkaar verstaan is mij een raadsel. “Maar” vroeg Bibi “als alle mussen elkaar verstaan, hebben dan de mussen in Friesland ook een eigen taal?” Gelijk dacht ik aan een liedje over een vogel, die van Oost- naar West-Berlijn vloog. “Vogels hebben geen grenzen, vogels zijn vrij”. Mensen willen wel, maar kunnen niet. “Misschien moeten wij leren vliegen” zei Frederique. “Dat zou een mooi begin zijn” zei ik. Een mus met een grenzenloos vertrouwen pikte een stukje brood uit mijn hand.

Spijkers

Mijn nieuwe onderbuurman klopte vanavond hard op onze tussendeur. Of ik een aantal spijkers had. Lange jongens liefst. Ik zal een jaar of acht zijn geweest toen mijn buurjongen mij door de heg aansprak. Of wij lange spijkers voor hem hadden. Ik zocht er een stuk of twintig uit en hij verdween weer. Een uurtje later hoorden wij, toen wij in de kamer zaten, vreemde boenkgeluiden naast ons. Wij vroegen ons af of onze buren misschien de ooievaar weer hadden ontboden en nummer twaalf onderweg was. Die natuurlijk ook een eigen kamertje moest krijgen, net zoals de rest. Toen mijn moeder de volgende dag de buurvrouw op straat tegenkwam, had zij verteld dat haar man gisteren was overleden. Dit was niet geheel onverwacht, dus hadden zij al een mooie grafdoos met uitzicht besteld. De kist, die al gastvrij op zijn toekomstige bewoner lag te wachten, werd volgens Chinees gebruik, direct na het overlijden met het uitgemergelde lichaam gevuld. Voor het geval dat hij s `nachts weer tot leven zou komen, had men voor alle zekerheid al die twintig vijfduimers er in gejoekeld. En omdat de hele familie er druk mee bezig was en de kinderen half over de kist stapten en elkaars uitzicht belemmerden, keken aanvankelijk, toen men bijna klaar was, zijn fraai gepoetste zondagse zwarte schoenen parmantig door het raampje naar buiten. Ijlings had men met veel moeite de deksel er weer af geklauwd en omgedraaid. Mijn onderbuurman keek mij lachend aan toen hij de spijkers in ontvangst nam.

Verantwoordelijkheid

Zoonlief mag officieel werken. Wat hij nu ook doet. Vaak had ik hem getipt voor een bijbaantje, helemaal in de veronderstelling dat pubers graag wat bijverdienen. Maar die gedachte klopt niet. Ze willen wel uitgeven, er voor werken is een ander verhaal. Albert Heijn neemt iedereen aan, mijn zoon echter werd fijngemalen in de sollicitatiemolen. Nu is hij begonnen, drankjes tappen bij een pizzeria. Maar de ingeschonken drankjes moeten ook naar de tafels worden gebracht. Een hele verantwoordelijkheid. Net zoals mijn eigen eerste bijbaantje. Ik was zestien, had ook een brommer en werkte elke middag na school bij een apotheek. Flesjes spoelen en daarna medicijnen rondbrengen. Meestal oude mensen. Veel pillen werkten als aanjager voor het hart. Of hielden andere organen in beweging. Een drukke vrijdagmiddag. Net toen ik naar huis wilde gaan, nog twee adresjes. Voor beiden van levensbelang, zeker met het weekend voor de deur. Omdat de apotheekmeisjes op tijd naar huis wilden, mocht ik de etiketten plakken, de namen opschrijven en de bijpassende doosjes er bij zoeken. Ik kreeg dus behoorlijk wat verantwoordelijkheid. Maar in de haast wisselde ik de inhoud om. Ze waren dezelfde kleur, dezelfde afmeting en tenslotte was ik geen volleerd apotheker. Na de snelle bezorging met fooi had ik mijn werk gedaan. Nu gebeurde het wel vaker dat terminale patiënten van onze bezorglijst verdwenen….. Dus zei ik mijn zoon om bij Cola light een rietje in het glas te plaatsen, zodat hij zich niet zou vergissen. Met verantwoordelijkheid moet je kunnen omgaan, toch?

 

Verschil

Vroeger had je in Arnhem een snackbar met de naam Hermosa. Klonk als een vreselijke ziekte, maar het logo was bij iedereen bekend. Twee baby’s, een jongen en een meisje die van boven naar beneden in hun luier keken. Met daaronder een opmerkelijke constatering. “Er is verschil!” Met de metrosexualisering zou dat tegenwoordig bijna niet meer kunnen. Maar tot op heden wordt er over gesproken. Er is zeker verschil! Niet alleen binnen de luier, maar ook binnen het voetbal. Je hebt werkpaarden en je hebt showpaarden. Nederland bewees gisterenavond opnieuw tot de tweede categorie te behoren. De beste voetballers ter wereld spelend bij de beste clubs ter wereld. Voor de beste salarissen. Dat is ook gelijk ons probleem. Die jongens zijn niet meer te motiveren door de gemiddelde coach. Het zijn geen vechters meer, zoals de Turken, Duitsers en de Russen. Allen waren zwak begonnen, maar kwamen met slechts één opdracht. “Haal die beker”. En allemaal uit naam van het vaderland. Onder mij zit een Turkse snackbar. “Dat is smullen geblazen”, vinden mijn kinderen. Ontzettend aardige jongens, met gevoel, emotie en passie. Mijn dochters worden bedolven onder de lolly’s als wij langslopen. Zij verkopen de zelfde producten als elke andere vetsmelterij, maar ze verpakken de boodschap anders. Geen poëtisch gewauwel als Kroketterie of Fritamientje. Maar gewoon mouwen opstropen en poetsen. Een agressief logo met een nietsontziende Superman, die met gebalde vuist zich een weg baant door alle denkbeeldige gezonde sportschoolslogans, overheidsadviezen en Sonja Bakker. De zaak heet dan ook Snackattack.

Afrika

Werelddelen zijn niet meer. Een week geleden was ik gewoon even in Afrika. Binnen een uurtje. Tenminste, zo moet het donkere werelddeel er volgens mij uitzien. Vrienden van mij gingen naar de Arena. EK op groot scherm, daarna Bon Jovi. Dus had ik mij maanden geleden al aangeboden om de limo te besturen. Natuurlijk niet wetende dat Nederland die avond tegen Frankrijk voetbalgeschiedenis zou gaan schrijven. Maar goed, beloofd is beloofd. Mijn metropole overlevingsdrang ging op de automatische piloot en voor ik het wist, had ik de auto geparkeerd. Voor de leek onvindbaar. Een geweldige kroeg, vele schermen aan de wand en een echte Oranjesfeer. Maar, ik zag geen blanke. Alleen achter de bar een onvervalste Hollandse meid, de rest van de zaak was gevuld met familieleden van Seedorf. Man, vrouw, alles schuifelde door elkaar. Oude mannen met dunne nekjes en oranje petjes. Boodschappentassen van overdag nog in de hand. De barjuffrouw gaf mij een oranje shirt, een keuze had ik niet. We waren één. Na de tweede Nederlandse goal stond ik tussen een tiental negers mee te springen. Plotseling ontsnapte het uit mijn mond. “Seedorf, sufferd!” De groep hield op en keek mij aan. “Van Basten, die sufferd, had hem mee moeten nemen” zei ik snel. Van alle kanten werd ik op de schouder geslagen. En bedolven onder de drank. Mocht niet meer betalen. Na de welverdiende zege werd ik op handen de zaak uitgedragen. Vele omhelzingen verder, liet ik Afrika achter mij. Sport verbroedert. Voetbal is geen oorlog.

Pang

Als we ooit België willen inlijven, is dit het moment. Radio Brussel meldde vol trots dat de defensie een bestelfout had gemaakt. Te laat had men vijf miljoen nieuwe kogels besteld, zodat het land nu helemaal zonder zit. De soldaten in Afghanistan, de soldaten thuis, nu even niet. De oefeningen in de Ardennen gaan gewoon door. Is de denkbeeldige vijand binnen schootsafstand, moet de schutter “Pang, Pang” roepen. Draagt hij een mitrailleur, dan horen we “Trrrrrrrrrrrrrrrr”. De Belgische minister van Defensie bevestigt, noch ontkent dit bericht. Dus is het zo. Is wel jammer voor Jefke en Polleke, als ze in Kabul oog in oog komen te staan met Bin Laden. Er wordt niet alleen in België minder gevuurd. Ook de Nederlandse man laat het tegenwoordig afweten. In ieder geval thuis. Lostte hij gemiddeld twee schoten per week, tegenwoordig is dat nog slechts één keer. Misschien dat de internetmogelijkheden daar mede debet aan zijn. De man hoeft nu niet meer te wachten tot de hoofdpijn van zijn geliefde over is. Of komt het omdat de vrouw mondiger is geworden? Waar de man natuurlijk van schrikt. Wat weer zijn uitwerking heeft op het functioneren van zijn puddingbuks. Nederland heeft misschien voldoende kogels, België heeft liefdeshotelletjes. Dit zijn kleine hotelletjes, waar de ingang aan de achterkant zit. Waar men niet voor adverteert en toch door iedereen wordt gevonden. Waar men een kamer per uur kan huren. Met standaard een flesje wijn erbij. Misschien hebben onze zuiderburen het beter begrepen. “Make love, no war!”

 

Opruimen

Als ik Fred en Bibi naar huis breng, bemerk ik verstramming. We lopen de trap op. In tegenstelling tot bij mij, mogen ze hier niets. Ze mogen wel buiten spelen, tv kijken of soms achter de computer. Maar heerlijk midden in de kamer een vuilniszak met speelgoed omkeren is er niet bij. Moeder wil dat niet hebben, houdt niet van rommel. Soms plaag ik en geef een stuk piepschuim mee. Natuurlijk ken ik de schoonmaakfobie van moeders. Overal schoonmaakmiddelen, zelfs een keukenrol op het nachtkastje. Onze vakantie in Zuid-Frankrijk sprak boekdelen. In Cap d`Antibes had ik een fraai landhuis gehuurd. Kinderen waren er nog niet, dus alle ruimte. Een uur na aankomst lag ik al heerlijk in de zon. Kletste over de heg met Freddie Heineken, onze buurman. Charlotte had niet zoveel vertrouwen in het Franse poetswerk en ging het stof te lijf. Ik vond het prima, zonnen kun je goed alleen. Twee en een halve dag was ze bezig geweest. Eerlijk is eerlijk, het deed zeer aan de ogen. Buiten niet meer. Net op het moment dat zij zich op een bedje aan het zwembad wilde vleien, ritste de lucht donker dicht en begon het te regenen. Twaalf dagen lang. Op de terugweg kwam er nog zwaar onweer bij. In de auto. Als of ik er wat aan kon doen. Toen ik vanavond weer thuis kwam, struikelde ik over poppetjes en kleertjes. “Ga zo door” mompelde ik in mezelf, toen ik mijn hoofdwond in de spiegel bekeek.

Oranje

Op deze historische dag was er ook slecht nieuws. Nederland won de eerste wedstrijd op het EK met drie nul van Italië. De pastamannen werden volledig verpletterd. Vanmorgen begon de dag minder hoopgevend. Paskie en Robert hadden zich met een kratje bier op de bank genesteld. Bijna zestien en achttien mag dat van mij. Na vele sportieve dieptepunten van Oranje en vele maatschappelijke dieptepunten in het land van Oranje, dreigde er vanavond eindelijk iets goed te gebeuren. Drank bij de jongens en frustratie bij mij, maakten van ons heerlijke hooligans. Bij elk doelpunt schreeuwden wij als bezetenen vanaf het balkon onschuldige passanten de haren vol. Bij het derde doelpunt van Nederland renden Paskie en Robert zelfs naar beneden om over straat te rollen. Ze wisten van de proclamatie op mijn voordeur. Had net Fred en Bibi naar school gebracht. Zij gingen op schoolreisje. Richting pretparken. Toen ging de bel. Ik doe nooit open, want dit brengt zelden iets goeds. Inderdaad, toen ik een half uur later bij de voordeur ging kijken, zag ik het al. Een goedkope zwart-wit kopie van de aankondiging van een executoriale verkoop op vrijdag de dertiende. Verkoop van de laatste spullen die ik nog heb. Mijn gemoed schoot vol. Was best tevreden met mijn leven de laatste tijd. Maar nu ik op één A-4tje zag hoe weinig ik na vierenvijftig jaar had verzameld, was de grens bereikt. Een koelkast, tv, computer met toebehoren, diverse hanglampen. En alles uit “Naam der Koningin”. Lang leve Oranje!

Claudia

Jarenlang horizontaal actief. Maar vandaag kreeg ik het verlossende telefoontje. “Pas, we krijgen een zoon! En Theo gaat naar pufcursus…” Kon nauwelijks mijn tranen bedwingen. Zichzelf inmiddels tot hoofdtante voor alle neefjes en nichtjes bestempeld. Niet alleen goed voor de kinderen, ook voor ons. Als wij omhoog zaten, één belletje naar Claudia en ze was er. Zelf geen makkelijke jeugd gehad, toch barstens vol moederliefde. Het deed me wegdwalen naar de verschijning van mijn stamhouder. Mijn zoon stond op het punt geboren te worden. Een hele gebeurtenis natuurlijk. Eerste kind en gelijk een zoon. Rond het tijdstip van bevallen was de buurman mij net voor. Dat wil zeggen, zijn vrouw. Als goede buren deden we alles in overleg. Onze vrouwen waren samen zwanger en zouden ongeveer tegelijk bevallen. Op de dag dat zijn vrouw naar het ziekenhuis moest, was Charlotte ook uitgeteld. Toen mijn buurvrouw trots hun dochter presenteerde, doken haar man ik onder in een spontane champagnefontein op de Korenmarkt. Tientallen flessen vonden hun weg naar klokkende kelen en ik liet mij onderdompelen in het prille geluk van anderen. Toen wij `s ochtends om vijf uur thuiskwamen, kroop ik het huis binnen. Ergens op een toilet werd ik gevonden. Twee dagen in coma. Charlotte was boos, zeer boos. Eerst begreep ik het niet. Toen mijn zoon veertien dagen later werd geboren, snapte ik het. Als zij die zelfde nacht was bevallen, was de aanstaande vader te dronken geweest om te helpen puffen. Gelukkig is de man van Claudia verstandig.

Daten

Alleen is maar alleen. Zijn opa was niet binnen te houden. Maar Willem Alexander had, laten we zeggen, een duwtje in de rug nodig. Paprikasoep, blauwe pilletjes door zijn chili con carne geprakt. Vlotter kapsel, zonnebankje, sportschool en vooral niet vergeten de tandarts. Willem was gepimpt en klaar om uit te vliegen. Heel Nederland lijkt te daten. Je schrijft je in bij een datingsite. Ongevraagd op je beeldscherm te zien. “Gratis proberen!” Nou, daar moet ik het mijne van hebben. Even rondsnuffelen op deze digitale vleesmarkt, de speeltuin voor volwassenen. Nog geen half uur in de lucht, of de dames vallen al op de mat. Ze hebben net zoals ik geen foto ingesloten. Volkomen onterecht, een partner zoeken is toch legaal? Eerst wilde ik een bewerkte foto van Willem opsturen, maar geen reacties is ook jammer. Uit het hele land stromen de aanbiedingen binnen. “Hé, een match…” volgens de speeltuinbeheerder, ik ga er eens goed voor zitten. Uit Gelderland nota bene. Deze dame, ook fotoloos, is vastbesloten. Zij wil chatten, een kamertje apart. Ook vier kinderen, dus dat wordt een busje. Opeens bekent ze dat ze niet in Ede maar in Arnhem woont. Oeps, dat komt wel erg dichtbij, het was maar een grap. Als zij de namen en leeftijden van de kinderen invult, komt mij dat bekend, zeer bekend voor. Als ik zeg dat ik al opa ben en eigenlijk tien jaar ouder, haakt zij snel af. Bekomen van de schrik schrijf ik mij snel uit. Dan maar alleen.

 

Pinkpop

Charlotte ging op vakantie, daar had ze recht op. Ik ook, maar je moet keuzes maken. Snelde naar een zakelijke lunch in Maastricht. Terwijl mijn vrouw zich al insmeerde op het warme strand, ploegde ik mij door de laatste details van de koopovereenkomst. Na de deal geen zin om naar huis te gaan. Ik had wat te vieren, maar met wie? Plots zag ik borden met Pinkpop. Mijn bloed ging sneller stromen, ik voelde weer kriebels. Borg de manchetknopen in het dashboardkastje. Probeerde losjes te kijken, maar liep natuurlijk voor joker in mijn Armani. Toen ik een drankje ging bestellen, maakte een vrouw de weg voor mij vrij. “Dames, laat de direkteur er even door”. Haar vriendinnen lachten. Ik knipoogde om mij heen en zei dat ik de Nederlandse manager van de hoofdact was. Dat ik er wel voor kon zorgen dat ze backstage konden. Macht erotiseert, want als rijpe appelen vielen ze door de mand. Ze bleken met zijn zessen en de hoofdact was pas morgenavond. “Geef vanavond een heel klein privéfeestje waar ze misschien ook komen”. Twee uur later zat ik met zes dames in de auto op weg naar huis. De één nog mooier dan de ander. Charlotte belde natuurlijk onderweg ook nog. Dat het zo geweldig was. “Fijn” zei ik, “heb je nog eten in de vriezer?” Het feestje was geslaagd, voor mij. De hoofdact was verhinderd. De volgende ochtend met de trein richting Landgraaf. “Tot vanavond, melden bij backstage…!” riep ik nog over het perron.

UPC

Alleen maar bellen is er niet meer bij. Elk telefoontje, smsje, emailtje en internetbezoek wordt gevolgd en opgeslagen. Twee jaar lang worden alle gegevens van iedereen bewaard. En daar word ik niet vrolijk van. Een volgzamer mens als de Nederlander bestaat er niet. In die zin had Maxima natuurlijk volledig gelijk.wij hebben geen eigen identiteit. Uit studies is gebleken dat van alle landen die bezet waren door de Duitsers, uitgerekend Nederland het makkelijkste de Joden verraadde. Ongeacht romantische verhalen over dubbele kastenwanden en achterhuizen. UPC had gisteren de digitale navelstreng doorgeknipt. Helaas werd ik niet direct geholpen, zodat mijn één euro tien beltegoed mij niet verder bracht dan een keuzemenu. Mijn belkaart, ook van UPC, was nu leeg. Eerst naar de UPC-winkel in de stad. Zoveel mensen met klachten voor mij. Andere telefoonwinkels waar niets te doen was, verkochten nee. Een kiosk naast de bioscoop bracht uitkomst. Ik bestelde een kaart van twintig euro, die maar voor de helft uit de terminal kwam gekropen. Het leek wel of ze op het hoofdkantoor van UPC waren wakker geschrokken. “Alwéér een klant”. Toen begon de tweede belronde. Alleen een contante storting bij het postkantoor garandeerde een heraansluiting binnen vierentwintig uur. Met natuurlijk kosten en boete. Toen ik eindelijk aan de beurt was, leek het te gaan lukken. Helaas, op extra contante stortingskosten had ik niet gerekend. Weer terug naar huis. Voor mijn UPC-altaar geknield. Met de handen gekruist riep ik hogere machten aan. Gelukkig werden mijn gebeden verhoord.

Cryonisme

Na afloop van De Gouden Kooi, kwam de discussie in huize Rokus op gang. Als je Terror Jaap ziet, denk je, dat wil ik ook wel. Als je naar het gezicht van Brian kijkt, hoeft het niet. Twee jaar voor Jaap met de korte achternaam in de villa gezeten. Toen ik vertelde dat ik mij voor de tweede uitgave ga opgeven, verzamelde ik geen fans. Afgezien van het feit of ik door de voorselectie zou komen, vonden de twee oudsten het een belachelijk idee. Zij vrezen natuurlijk dat de hele school volgfan zal worden. Zo zat ik ze te jennen. “Ik praat iedereen de kist in”. Hoe meer ze mijn inschrijfformulier probeerden te frustreren, des te gemotiveerder ik werd. Als je drie jaar de schuldsanering in moet, kun je net zo goed een paar jaar de kooi in gaan. Of jezelf in laten vriezen. Normaal gebeurt dat na je dood. Cryonisten die al ingevroren zijn, heten cryonauten. Alsof zij een cryogene reis door het heelal gaan maken. Tot nu toe slechts alleen enkele reizen. Naast het ferme inschrijfbedrag van tussen de tachtig en tweehonderd duizend euro, is de vrijwillige afdaling naar een klinische dood ook geen pretje. De hersenen mogen niet afsterven, maar het hart klopt niet meer. Robert Ettinger, de bedenker, was geïnspireerd door een science fiction verhaal uit zijn jeugd. Als ik met negen anderen de bezetting ga vormen van de Gouden Kooi 2, weet ik al wat mijn eerste daad zal worden. Ik zal negen diepvrieskisten bestellen.

Dienstplicht

Met bejaarden gaan wandelen, brood bakken bij kinderen wiens vader vast zit. Jongelui kunnen heel veel, als je het maar wilt zien. Ook vinden zij het fijn om te helpen. Als je het vraagt. Omdat zij thuis tot vier uur `s middags in bed blijven luieren, wordt je al snel op het verkeerde been gezet. Als zij vanuit bed naar de bank kruipen en daar doelloos gaan liggen zappen, zien wij het verkeerd. Zij doen niet niks, zij laden de accu op. Tenslotte kun je niet de hele dag energiedrankjes blijven tanken. Stofzuigen, bed opmaken, de fietsen `s avonds binnen zetten? Geen probleem. Boodschappen doen, cadeautje voor vader- of moederdag gehaald, “Goh, pap, had ik het maar geweten”. Morele dienstplicht. Een jaar van de straat, zakgeld van de staat. Tijdelijk overbodig als vrijwilliger, dan naar Oezbekistan. Als ik dit met mijn zoon bespreek haalt hij nonchalant de schouders op. “Echte kerels maken ze van jullie” roep ik als ik hem in zijn roze Bjorn Borg onderbroek op een schets van mij zie zitten. “Voel je dat dan niet” vraag ik nog. “Jawel pap, maar ik heb hem er niet neer gelegd”. De schets kan in de prullenbak. Net als het plan voor de vernieuwde dienstplicht. Te duur volgens het kabinet. “Pap, hoe lang had jij ook al weer in dienst gezeten” hoor ik vanaf de bank. “Ja, maar dat waren andere tijden jongen”, zeg ik. Hij doelde op mijn ultra kort verblijf bij Defensie. Even vaders klemzetten. Subtiel. En ongevraagd!

Samen kijken

Het is leuk alleenstaande vrouwen te observeren. Tenslotte zijn zij een permanente prooi voor alleenstaande en semi-alleenstaande heren. Nog leuker is het echtparen te schaduwen. Vooral echtparen die samen naar het museum gaan. In de schouwburg zitten zij braaf naast elkaar en zullen zij bijna tegelijkertijd lachen en klappen. Maar tijdens de expositie is het anders. Na een paar doeken zie ik het al. Hij is de baas. Zij schuifelen over het visgraatparket. Beiden stoppen tegelijkertijd bij het eerste schilderij. Geen idee waar een ieder naar kijkt, maar na een paar minuten loopt hij verder. Op weg naar het tweede schilderij. Als een schoothondje begint ook zij te huppen. Is zij al klaar met het schilderij of is zij bang dat ze hem uit het oog verliest? Bij de volgende doeken het zelfde. Erger nog. Als hij een schilderij overslaat, doet zij dat ook. Mijn zoon had had een goed idee. Robert Paul was bij ons vanavond en de EK staat voor de deur. “We gaan een poule maken” schreeuwde hij ons vanachter de computer toe. Nog nooit zag ik een boekbespreking, een toetsvoorbereiding of een absentiebriefje zo fraai met de computer opgepimt. Kleur, onderstrepingen, voetnoten en afbeeldingen, het kon niet op. En dat op zondagavond, zijn vrije avond nota bene. We hadden er zin in, de verliezer betaalt een etentje. Toen ik vroeg of het nog wat extra opleverde als je in oranje outfit kwam opdagen, was het antwoord negatief. “Maar wel samen kijken, hoor, dat is verplicht!”

Relatiepolitie

Optimisten denken dat het nog maximaal tien jaar duurt. Zuurkijkers noemen 2010. Na de straatcoaches, die jongeren die onduidelijk rondhangen op straat en winkelcentra naar huis brengen, wordt er achter de Haagse schermen aan een nieuwe groep waarden- en normenbewakers gewerkt. Het had nog niet mogen uitlekken. Relatiepolitie. Strak gekamde jongemannen van de Veluwse grond zwermen over het land uit op zoek naar list, bedrog en overspel. Zij bezoeken parenclubs, mengen zich anoniem onder sexdaters en nuttigen onopvallend hun boterhammetje op bekende carpoolplekken. Parkeren hun auto onopvallend voor kantoren die na zes uur nog verlicht zijn. Volgen de overwerkers tot aan de huisbel en plaatsen camera`s in magazijnen en archieven. Het kabinet heeft zijn buik vol van vreemdgangers. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat huwelijken kunnen worden verstevigd en dat het aantal echtscheidingen met tachtig procent naar beneden kan, als deze morele supermannen het land gaan afwerken. Cartoonisten zijn geregistreerd en zullen zich wekelijks moeten melden. Kinderpornoklanten, die bijna uitsluitend met de creditcard afrekenen, zullen een permanente blokkade van hun kaart ondervinden. DNA-afname wordt via het wangslijm bij elke geboorte verplicht. Kortom, Nederland wordt weer gezellig! Het grijpen naar alles wat beweegt is voorbij. Waarden en normen zullen worden hersteld. Grand Theft Auto 4 gaat in de ban, jongeren die dit spel al hebben gespeeld de brainwash in. “Het gezin is de bakermat van de samenleving” wordt het credo. Met z’n allen terug in de huiskamer. Wel allemaal camera’s natuurlijk. Gouden Kooi 2 . Big Balkie is watching you!

Spons

Soms ben ik een dromer. Soms ben ik een ster. Dan denk ik aan de zomer. Wat goed is schijnt van ver”. Dat waren de vier regels van het couplet dat ik voor haar had geschreven. Kreeg een enthousiast mailtje terug. “Heel goed, ga door, ik wil teksten, jij wordt mijn tekstschrijver…” Zangeres. Half dertig, zag er goed uit. En er was een klik. Twee, drie optredens op een dag. Geeft zangles, zingt commercials in. Geen tijd gehad voor een partner, maar nu voor haar veertigste open voor een maatje. Kinderen staan niet in haar vaandel, dus daar kwam een barstje. Luxor in Arnhem kende zij wel. Misschien zou zij haar nieuwe cd wel in het nieuwe Luxor kunnen presenteren, stelde zij voor. Toch zat dat van die kinderen mij niet lekker. Waarom zou zij niet van mijn kinderen kunnen houden? Als vrouw heb je hoe dan ook ergens een stopcontact! Als dan kindervingertjes als een stekker voeding zoeken, stromen er toch automatisch positief geladen deeltjes over? Maar zover zou het niet komen. Toen wij vorige week na een optreden wat gingen drinken, kwam de voortijdige knock-out. Zoals gewoonlijk nam ik cola-light, alcohol is aan mij niet besteed. Toen zij haar dubbele borrel in één keer achterover sloeg, moest ik lachen. Was gelijk begin van een discussie. Zij zou nooit met een man iets kunnen hebben die geen stevige borrel dronk. Dit was de omgekeerde wereld. Geen kinderen, verkleed als een spons, ik bleef steken in het refrein.

Marrakech

Mijn zoon is bijna zestien. Gelukkig. Al een half jaar word ik dagelijks geterroriseerd met ongevraagde informatie over alle soorten brommers. Wel of geen helm. Marktplaats afsnuffelen en tenslotte de cursus bromfietsrijden. Over enkele dagen zal de chef door Arnhem en omgeving toeren. En wordt er niet meer over brommers gesproken, zegt hij. Toen ik zestien werd, kreeg ik ook een cadeau van mijn moeder. Een weekje Parijs, midden in de winter. Paar maanden later, nog steeds zestien, ging ik met de rugzak door Europa toeren. Kwam ook in Marokko terecht. Met de trein naar het zuiden. De hippieroute naar Marrakech, zoals bezongen in `69 door Crosby, Stills en Nash. Het grootste marktplein van Afrika, de Djemaa el Fna, bracht mij in een andere wereld. Zanderig, droge stof, kamelen, slangenbezweerders. Rokerige eetstalletjes, waarzeggers, acrobaten. Het echte Afrika begon hier, aan de voet van het Atlasgebergte. Een gekrioel van mensen en dieren. Jonge jongens scheurden op een soort scootertjes met veel te grote kisten af en aan. Ik stond net bij een mand te kijken, waar, door geluiden uit een stenen fluit, een slang te voorschijn kwam. Opeens een piepend remgeluid. Een aantal kooien met kippen werden gelanceerd. In de optrekkende stofwolk zag ik de jonge knaap half onder de brommer liggen. Zonder helm. Uit zijn slaap sijbelde een rode stroom die stolde op de droge korrelige vloer. Een zwarte deken werd over hem heen gedrapeerd. Dit verhaal had ik mijn zoon nog onthouden. We zouden niet meer over brommers praten.

Dromen

Steeds vaker worden dromen omgezet in werkelijkheid. Is iemand stervende en heeft hij een laatste wens, kan dit geregeld worden. Soms is het gênant. Wie droomt er niet van miljonair te worden? Je stapt in de Gouden Kooi. Pest iedereen weg en de winnaar casseert een miljoen. Zo eenvoudig kan het zijn, asociaal gedrag wordt beloond. Jensen heeft daar ook een handje van. Domme vrouwen die vrijwillig een cursus “beschaafd worden in zes weken” volgen, worden door hem aan “moeilijke” tests en vragen onderworpen. Het is hun stille droom het Assepoesterstigma af te werpen, ondertussen slaat half Nederland zich op de knieën van het lachen. De antwoorden zijn zo dom, dus fout, dat je bijna denkt dat het is ingestudeerd. Bonny St. Claire is daarbij vergeleken een professor emeritus. Je duwt ook geen rolstoeler de aanloopstrook van een polsstokhoogspringbaan op. Ik keek mijn zoon opeens verbaasd aan. Hij werd filosofisch. Wij moesten naar de oogarts in het ziekenhuis. Zijn zicht is lichtelijk aan het afnemen. Onderweg de eeuwenoude vraag. “Liever doof of blind?” Voordeel van blind zijn is dat je ongestraft mag voelen. Toen de filosofische vraag. “Wat droomt een blinde die nooit heeft kunnen zien?” Ik keek mijn zoon perplex aan. Stond met een mond vol tanden. Wij dromen inderdaad herkenbare vormen die we hebben geabsorbeerd. Maar wat droom je als je leeft met gesouffleerde beelden, overgevoelige vingertoppen en een natte tong van je geleidehond? De vraag liet mij niet meer los. Mijn zoon keek glimlachend voor zich uit.