header image
 

Opstaan

Om zeven uur opgestaan. Voelde me al stukken beter. Je rook dat het een prachtige lentedag zou worden. Om elf uur de boefjes bij moeders werk opgehaald. Het buitenmatras werd op het platje geplaatst. Handdoekjes er op en zonnen. Frederique was binnen haar eigen website aan het bouwen en Bibi speelde op haar Nintendo DS met een teruggevonden spelletje. De hondjes waren al een half jaar niet meer gevoed en gewaterd maar leefden nog steeds, zag ik. Toen ik net goed en wel weer lag kwamen ze naar buiten. Met z’n drieën. Wolly als een verse worst gewikkeld in een caviadwangbuisje die aan een riempje bevestigd zat. Hij genoot zichtbaar van de belangstelling. Als dank zag ik een donkere kring op mijn lievelingshanddoek. Fred haalde de kaarten en een potje pesten volgde. Eind van de middag flaneren langs de Rijn. Toen we een vrij tafeltje zagen zaten de meisjes al voordat ik het wist. “Een Fristi en gezellig kletsen”. Het onderwerp was minder vrolijk. Of ik mensen ken die zelfmoord hebben gepleegd. Met “die leven niet meer dus die ken ik niet” kwam ik er niet onderuit. Helaas ken ik die mensen. Mensen die gevallen waren maar nooit meer opstonden. Hoe ze aan hun eind waren gekomen. En vooral “waarom”. Of ik ook ooit zoveel problemen had gehad. “Nee hoor dames” en maakte aanstalten om op te staan. “Gelukkig” riepen beiden in koor. Met Fred op de rug en Bibi als een babyzak op de buik, strompelde ik naar huis.

~ door Paskie op 27 april, 2008.

Reageer