Water
Het blijft zomeren. De temperaturen zijn ongekend hoog. En naar het weekeinde toe wordt het steeds warmer. Nu moet het ook weer niet te gek worden, anders hoor ik de klaaggezangen rondom mij alweer opdoemen. Het is ook zelden goed. Ben gewend dat wij vier seizoenen hebben. Je neemt dan automatisch aan dat elk land zoveel jaargetijden heeft. Toevallig de dag voordat Birma haar grenzen niet helemaal waterdicht hield voor indringers, las ik dat Birma drie jaargetijden kent. Dat vond ik vreemd, recalcitrant. Een gesloten land met eigen wetten. Eigen natuurwetten ook. India had nog gewaarschuwd, de regering haalde haar schouders op. Drieenvijftig miljoen inwoners en moeite genoeg om alle monden te vullen. Eindelijk ben ik met Fred en Bibi in Otterlo, aan het meer. Op een steenworp afstand zit Maris in haar caravan, maar vandaag even niet. Niet vanwege de vrouw die mij van prachtige vitrages voorziet, maar de meisjes zijn zo gezellig aan het spelen dat ik het gewoon zonde vind om dit patroon te doorbreken. Zij rennen door de ondiepe kant van het water. Zij dartelen en duikelen op de trampolines. Kikkervisjes worden tijdelijk in afgedankte koffiebekers bewaard. Tot iemand ze per ongeluk met de voet omstoot en zij happend naar een ander leven opdrogen. Een paar duizend kilometer verder worden grotere bekers door God omgetrapt. Hele dorpen worden door het aanstormende water opgeslurpt. Wat de een te weinig heeft, krijgt de ander te veel. De vitrages die ik nodig heb voor de schilderijen komen later wel.

Reageer