Logeren
Aanvankelijk was het alleen maar spelen. Wie bij wie en bijna nooit in de buurt. Tegenwoordig is daar een nieuwe dimensie bij gekomen. Het logeren. Na het spelen komt de gebruikelijke vraag. “Mogen we logeren?” “Natuurlijk mag dat van mij, lekker rustig” denk ik dan. Maar zo eenvoudig ligt dat niet. Ze bedoelen bij mij. Bij ons is het klein, te klein, veel te klein, maar wel gezellig. Willen ze tekenen, wordt er getekend. Willen ze schilderen, worden er olieverftubes uitgeknepen. Hebben ze honger duiken ze de provisiekast in. Monopoly tot ik een ons weeg. Legobrokken slingeren door het hele huis en lege bekers sieren de kamer vrolijk op. En dan komt het slapen. Tot voor kort lagen Fred en Bibi in het stapelbed bij Paskie. Fred boven en Bibi in een soort uitschuiflade onderin. Maar tegenwoordig doen ze het anders. Papa staat zijn bed af. Meestal liggen er vier van die blonde boefjes slordig door mijn bed verspreid. En ligt papa op een dun eenpersoons matrasje in de gang. Een paar maanden geleden werd het record verbroken. Zoonlief had een schoolfeestje in de stad en of er een “paar” jongens mochten blijven slapen. “Geen bezwaar” Toen ik thuiskwam ploegde ik door wildvreemde armen en benen een weg naar mijn bed. Maar drie onbekende pubers hadden mijn bed gekraakt. Het stapelbed puilde uit. Zonder matras met een te dunne deken op de grond. “Dat was ééns maar nooit meer” vertelde ik mijn zoon de volgende morgen. Er werd ja geknikt.

Prachtige papa ben je , die zelfs zijn bed afstaat aan de kinderen ,
dikke knuffel
Gerda